Artikel 87

In overeenstemming met de wettelijke en reglementaire bepalingen, kunnen in de apotheek naast geneesmiddelen enkel producten en diensten, bestemd voor de preventie, het behoud en/of het herstel van de menselijke of dierlijke gezondheid, en bestemd voor het welzijn van de patiënt, aangeboden worden.
De onschadelijkheid van deze producten, de kwaliteit ervan, evenals de kwaliteit van de aangeboden diensten, zijn door de apotheker gekend.
De apotheker waakt erover dat deze producten en diensten beantwoorden aan de bestaande reglementering en wetgeving evenals aan de criteria toegevoegd als bijlage bij deze Code.

Betreffende de in de officina aangeboden producten, zoals gemeld in de bijlage bij de Code, heeft de Nationale Raad van de Orde der Apothekers zich meermaals uitgesproken over de verenigbaarheid van bepaalde producten met de criteria van deze bijlage en de mogelijkheid voor de apotheker om deze producten af te leveren in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving. Er wordt als niet limitatief voorbeeld verwezen naar volgende adviezen, die werden gepubliceerd op de website van de Orde:

Betreffende de diensten die in de officina mogen aangeboden worden, werd hierboven (zie de commentaar onder artikel 79 van de Code) vermeld dat de apotheker zijn bijzondere beroepstitels en opleidingen mag vermelden. Op basis van deze titels en opleidingen zou het kunnen dat de apotheker een specifieke activiteit wenst te ontwikkelen binnen zijn officina om een aanvullende dienst aan zijn patiënten aan te bieden. Dit is alleen aanvaardbaar mits naleving van volgende voorwaarden:

  • De activiteit in kwestie is een zorgverstrekkingsactiviteit40 en wordt gebaseerd op een erkende opleiding, die desgevallend aanleiding geeft tot vergoede verstrekkingen in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering of tot verstrekkingen die gedekt worden door andere instellingen. Het is aan de apotheker om de kwaliteit van de opleiding en de certificering ervan te beoordelen en hierover transparant te zijn naar de patiënten.
  • De activiteit mag niet leiden tot het stellen van een diagnose op straffe van onwettige uitoefening van de geneeskunde.
  • De activiteit mag de normale werking van de apotheek niet belemmeren en moet de apotheker toelaten zijn wettelijke en deontologische plichten te blijven naleven. Dit brengt o.a. met zich mee dat:

              o  De activiteit bijkomstig blijft aan de uitoefening van de artsenijbereidkunde.

              o  De activiteit plaatsvindt in een specifieke ruimte, die duidelijk afgezonderd is van de verstrekkings- en afleveringszone van de officina en die de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de patiënten en de naleving van het beroepsgeheim toelaat.

              o  Het daadwerkelijke toezicht op de andere leden van het apotheekteam, dat in de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers), punt F.1 wordt beschreven, moet verzekerd worden door een andere apotheker tijdens de activiteit.

De uitoefeningsmodaliteiten van de activiteit, met inbegrip van het eventuele honorarium gelinkt met de uitgevoerde prestatie, moeten duidelijk aan de patiënten aangekondigd worden.

Het geneesmiddel wordt gedefinieerd in artikel 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen.

Betreffende de kwaliteit van de in de apotheek afgeleverde producten en de verantwoordelijkheid van de apotheek in dat verband, zie het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 2, al. 2 en 4, al. 1, en het K.B. van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen, art. 2, al. 2.

  • 40

    De lokalen van de apotheek mogen inderdaad niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor de ontvangst, de opslag en de bereiding van geneesmiddelen en andere gezondheidsproducten of de verstrekking van de zorg (Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers), punt F.2).