De apotheker-titularis verzekert zich ervan dat de adjunct- en plaatsvervangende apothekers voldoen aan de wettelijke vereisten om de artsenijbereidkunde uit te oefenen.
Om de artsenijbereidkunde wettig uit te oefenen, moet elke apotheker het betrokken wettelijk diploma bezitten, een visum van de FOD Volksgezondheid hebben gekregen en op de lijst van de Orde der Apothekers ingeschreven zijn (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 6, § 1, wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 10 en 11 en K.B. nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Apothekers, art. 2).
De artsenijbereidkunde uitoefenen zonder aan één van deze voorwaarden te voldoen, wordt beschouwd als onwettige uitoefening van de artsenijbereidkunde, wat strafbaar is (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 6, § 1 en 122). Zo mag een student die zijn diploma niet heeft behaald niet als apotheker werken, noch als farmaceutisch-technisch assistent (dat is inderdaad een bijzondere beroepstitel die een specifieke erkenning vereist als titularis van een paramedisch beroep; zie het K.B. van 5 februari 1997 betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van farmaceutisch-technisch assistent en houdende vaststelling van de lijst van handelingen waarmee deze laatste door een apotheker kan worden belast, alsook de gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, hoofdstuk 7, dat gelezen moet worden in combinatie met het K.B. van 2 juli 2009 tot vaststelling van de lijst van de paramedische beroepen). De student daarentegen die als apotheker werkt in het kader van de stage die door zijn opleiding wordt voorzien kan niet strafrechtelijk vervolgd worden (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 126; voor meer verduidelijkingen, zie de commentaar onder art. 71 van de Code).
Betreffende de inschrijving op de lijst van de Orde der Apothekers moet de aanvraag ingediend worden bij de Provinciale Raad van de woonplaats (waar de titularis de voornaamste bedrijvigheid uitoefent of waar de andere apothekers verblijven; K.B. nr. 80 van 10 november 1967 betreffende de Orde der Apothekers, art. 2). De Raad moet beslissen over de aanvraag binnen een maand na ontvangst ervan (K.B. van 29 mei 1970 tot regeling van de organisatie en de werking der raden van de Orde der apothekers, art. 25). Een apotheker mag enkel beginnen te werken vanaf het moment dat zijn inschrijving op de lijst geacteerd is door de Provinciale Raad. Dit is de reden waarom de Provinciale Raden elk jaar buitengewone zittingen organiseren een paar dagen na de deliberaties van de universiteiten om de nieuw gediplomeerden in te schrijven. Zo hebben de universiteiten de tijd om de lijst van de gediplomeerden aan de FOD Volksgezondheid te communiceren zodat de FOD de visumnummers kan creëren. Het is pas na deze buitengewone zittingen dat de gediplomeerden mogen beginnen te werken. De te volgen procedure en de te verstrekken documenten voor de inschrijving bij de Orde (die ook elektronisch kan gebeuren) worden uitgelegd op de website van de Orde.
Het is pas na de inschrijving bij de Orde dat de apotheker een RIZIV-nummer krijgt om zijn verstrekkingen aan de ziekteverzekering te kunnen aanrekenen en opdat de ziekteverzekering zijn patiënten zou kunnen terugbetalen (voor meer informatie, zie de website van het RIZIV).
Elke apotheker moet, individueel, in een portfolio de nuttige gegevens bijhouden, waaruit blijkt dat hij beschikt over “de nodige bekwaamheid en ervaring” (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 8). De wetgeving specifieert niet over welke gegevens het gaat maar het lijkt aangewezen om daarin het diploma, het visum en het inschrijvingsbewijs bij de Orde te bewaren, alsook de attesten van deelname aan specifieke opleidingen (vaccinatie, enz.). De attesten van deelname aan activiteiten van permanente vorming moeten ook gedurende 10 jaar bewaard worden in het kwaliteitshandboek van de voor het publiek opengestelde officina waarin de apotheker werkt (K.B. van 8 juli 2014 betreffende de permanente vorming van de apothekers van de voor het publiek opengestelde officina’s, art. 6).
Zie ook de communicatie van 28 juni 2022, “Verificatie van de kwalificaties van de leden van het apotheekteam”, die op de website van de Orde werd gepubliceerd.