Commerciële praktijken met betrekking tot geneesmiddelen en andere in de apotheek verkochte producten mogen geen invloed hebben op de rol van de apotheker als gezondheidsraadgever en zorgverstrekker. De kwaliteit van de aangeboden diensten of producten primeert steeds waarbij de uitoefening van de artsenijbereidkunde niet gereduceerd wordt tot enkel een commerciële activiteit.