Artikel 7

Het is zijn plicht om zijn deskundigheid op peil te houden en zijn wetenschappelijke kennis steeds actueel te houden.

“De uitoefening van de functie van apotheker binnen voor het publiek opengestelde apotheken, is onderworpen aan een permanente vorming teneinde de kwaliteit van de farmaceutische zorg te verzekeren” (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 7, al. 3-4): zie het K.B. van 8 juli 2014 betreffende de permanente vorming van de apothekers van de voor het publiek opengestelde officina’s.

Betreffende de permanente vorming van de ziekenhuisapothekers, zie het M.B. van 22 oktober 2012 tot vaststelling van de erkenningscriteria voor de bijzondere beroepstitel van ziekenhuisapotheker, art. 14-16.

De vereiste “nodige bijscholing” voor de apothekers die werken in een erkend laboratorium voor klinische biologie wordt opgelegd door het K.B. van 3 december 1999 betreffende de erkenning van de laboratoria voor klinische biologie door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, art. 14, § 1, 3°.