Artikel 89

De apotheker is een beoefenaar van een gezondheidszorgberoep in de zin van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Zijn voornaamste rol en tevens sociale opdracht bestaat er derhalve in om de bevolking kwaliteitsvolle farmaceutische zorg te verzekeren en adequaat gezondheidsadvies te verstrekken.
Met dit doel voor ogen neemt hij alleen ondernemingsinitiatieven die in overeenstemming zijn met het belang van de patiënt, het algemeen belang inzake volksgezondheid, de waardigheid van het beroep en zijn eigen geloofwaardigheid.
Hij onthoudt zich van alle praktijken die, alhoewel ze op zich niet laakbaar of onwettig zijn, de uitoefening van de artsenijbereidkunde een handelskarakter geven en zo zijn geloofwaardigheid en de vertrouwensrelatie met de patiënt en andere gezondheidszorgbeoefenaars in het gedrang brengen.

Deze bepaling voert de kernideeën uit die hierboven werden vermeld. Ze benadrukt de belangrijkste rol en de meerwaarde van de apotheker als gezondheidszorgberoepsbeoefenaar die daartoe speciaal wordt opgeleid in het kader van een universitaire opleiding en de permanente vorming. Deze rol en deze meerwaarde moeten altijd voorop staan ongeacht de ondernemingsinitiatieven die de apotheker overweegt. Het centrale idee is dat de apotheker zich niet mag profileren zoals een handelaar die enkel producten zou verdelen zonder de meerwaarde te bieden van de intellectuele prestatie die kenmerkend is voor zijn beroep.

Zie de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers), punt B, definitie “Verstrekking” en punt F (die een illustratie geven van de belangrijkste rol en de meerwaarde van de apotheker).

  • Zie sommige van de voorbeelden die worden vermeld onder de volgende artikelen van de Code van praktijken die zouden kunnen beschouwd worden/werden beschouwd als strijdig met artikel 89.
  • Zouden bovendien kunnen beschouwd worden als praktijken die de uitoefening van de artsenijbereidkunde een overdreven handelskarakter geven: de organisatie van een loting met het oog op het verkrijgen van een cadeau al dan niet ter gelegenheid van een feest (Kerstmis, Sinterklaas, …). De Raad van Beroep heeft inderdaad in die zin beslist dat het organiseren van een tombola, ongeacht de omvang of de waarde van de prijzen, en ervoor publiciteit maken “in geen geval strookt met de essentiële regels en de waardigheid van het beroep en de geloofwaardigheid en de kwaliteit van de zorgverlening in het gedrang brengt”: zo’n initiatief geeft een handelskarakter aan de uitoefening van het beroep van apotheker in plaats van de reputatie hoog te houden van een speciaal daartoe in het belang van de volksgezondheid opgeleide professionele gezondheidszorgbeoefenaar. De Raad van Beroep heeft beslist dat dit ook geldt voor de organisatie van een wedstrijd waaraan de patiënten konden deelnemen zonder aankoopverplichting en in het kader van dewelke enkel één prijs kon gewonnen worden. De informatie werd verspreid via een brochure van de apotheek, verdeeld aan alle inwoners van de gemeente en de randgemeenten. Een wedstrijd die op de Facebook-pagina van de apotheek werd georganiseerd met veel emoticons en die vroeg de betrokken “post” te “liken”, “taggen” en “sharen” werd beschouwd als problematisch op deontologisch vlak om dezelfde redenen. Daarentegen lijkt het aanbieden van een gratis pillendoos bij het opstellen van het medicatieschema conform te zijn met de zorgmissie van de apotheker en met de deontologie.
  • Volgens verschillende tuchtinstanties is het organiseren van een animatie in de officina, deels tijdens de openingsuren, rond een gamma producten in aanwezigheid van een bekend persoon een initiatief dat een handelskarakter heeft dat de geloofwaardigheid van de apotheker in het gedrang brengt.