Artikel 30

De apotheker heeft het recht een redelijk wachthonorarium te innen met respect voor de toepasselijke wetgeving. Hij brengt de patiënt het bedrag van het honorarium vooraf ter kennis.

Sinds 1 november 2019 is de regelgeving met betrekking tot wachthonoraria gewijzigd. Krachtens deze regelgeving die geldig is op het ogenblik van huidige uitgave van deze gecommentarieerde Code moet nu een onderscheid gemaakt worden tussen het wachthonorarium en het beschikbaarheidshonorarium.

Een beschikbaarheidshonorarium moet door het RIZIV betaald worden aan de apotheker die tussen 22u en 8u van wacht is en die onmiddellijk beschikbaar is gedurende de volledige desbetreffende wachtperiode.

Het RIZIV betaalt bovendien een wachthonorarium aan de apotheker van wacht voor alle voorschriften met minstens één terugbetaald geneesmiddel die door een patiënt die geniet van de verplichte ziekteverzekering wordt aangeboden buiten de normale openingsuren van de apotheek en uitsluitend tussen 19u en 8u, of op zondag of een wettelijke feestdag. Het wachthonorarium mag maar één keer worden aangerekend per voorschrift of per groep van gelijktijdig afgeleverde voorschriften voor een bepaalde patiënt ongeacht het aantal gevraagde vergoedbare geneesmiddelen25. Er kan geen wachthonorarium worden geïnd voor de voorschriften die geen terugbetaalde producten bevatten.

Een toeslag mag aan de patiënt gevraagd worden wanneer hij zich in de apotheek aandient tijdens de wacht zonder voorschrift. Deze toeslag wordt vrij bepaald door de apotheker en heeft als doel het belang van de dienst die wordt verleend in het voordeel van de volksgezondheid te laten inzien en misbruiken te vermijden. Het bedrag ervan moet niettemin redelijk zijn en niet ontradend werken zodat geen afbreuk wordt gedaan aan de continuïteit van de zorg. De voorafgaande informatie van de patiënt en de duidelijkheid ervan zijn ook primordiaal: het bedrag van de toeslag moet bovendien duidelijk aan de patiënt ter kennis worden gebracht, zelfs nog vóór hij aanbelt of de officina binnengaat tijdens de wacht. Deze principes werden meermaals herhaald door de Nationale Raad (zie het advies van 6 mei 2014, “Wachthonorarium”, en het advies van 24 februari 2015, “Dringendheid en wachthonorarium”, die op de website van de Orde werden gepubliceerd).

Een Provinciale Raad heeft geoordeeld dat het aanrekenen van € 20 als toeslag voor niet-voorgeschreven producten tijdens de wacht na 22 uur geen deontologische inbreuk vormde gezien het bedrag van de toeslag duidelijk aangekondigd was bij de ingang van de apotheek en gezien het met de patiënt werd besproken vóór de aflevering van de producten.

  • 25

    Als een patiënt zich tijdens de wacht tussen 19u en 8u aanbiedt met één of meerdere voorschrift(en) met minstens één terugbetaald geneesmiddel voor zichzelf en één of meerdere voorschrift(en) met minstens één terugbetaald geneesmiddel voor een familielid van wie hij de mandataris is, mag een wachthonorarium voor de patiënt en een ander voor het vertegenwoordigde familielid worden geïnd (twee wachthonoraria zullen dus aan de apotheker betaald worden in dit geval).