Artikel 56

Om een goede farmaceutische zorg te waarborgen, geeft de apotheker, conform de wettelijke en reglementaire bepalingen, op verzoek of met akkoord van de patiënt of zijn gemachtigde, aan zijn confrater de inlichtingen die nuttig of noodzakelijk zijn om de continuïteit en de kwaliteit van de zorg en hun conformiteit met de voorgeschreven behandelingen te verzekeren.

Zie art. 19 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg. 

De overdracht van informatie met betrekking tot een patiënt in de in artikel 56 beschreven context vormt geen inbreuk op het beroepsgeheim (zie de commentaar onder art. 22 van de Code). 

De wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg benadrukt het belang van de toestemming van de patiënt inzake het delen van zijn gegevens tussen gezondheidszorgbeoefenaars met wie hij een therapeutische relatie heeft (zie afdeling 12). De toestemming kan schriftelijk, elektronisch of mondeling gegeven worden en moet vrijwillig en geïnformeerd zijn.

Wanneer een patiënt verhuist en verandert van apotheker, gebeurt het vaak dat zijn nieuwe apotheker de vorige met zijn toestemming contacteert om de formule van een specifieke bereiding die hem regelmatig werd verstrekt, te krijgen.