Behoudens uitzondering voorzien in de wet wordt elk geneesmiddel persoonlijk door de apotheker of onder zijn toezicht aan de patiënt, zijn vertegenwoordiger of zijn gemachtigde overhandigd in de apotheek.
Het principe van de persoonlijke aflevering van geneesmiddelen in de apotheek aan de patiënt, zijn vertegenwoordiger of zijn gemachtigde is opgenomen in artikel 3, § 4, lid 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en de artikels 21, lid 1 en 27 van het Koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers. Dit principe heeft een effectieve, efficiënte en kwaliteitsvolle verstrekking van farmaceutische zorg tot doel die het kernpunt vormt van de activiteit van de apotheker (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 7; Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, punt F.7).
De apotheker levert de geneesmiddelen zelf af aan de patiënt of vertrouwt de aflevering toe aan een farmaceutisch-technisch assistent die onder zijn verantwoordelijkheid en toezicht werkt (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 24; K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 7; K.B. van 5 februari 1997 betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van farmaceutisch-technisch assistent en houdende vaststelling van de lijst van handelingen waarmee deze laatste door een apotheker kan worden belast, bijlage). Het aantal farmaceutisch-technische assistenten overschrijdt in geen geval drie per in de apotheek (of op het eventueel bijkomende perceel waarop een activiteit die accessoir is aan de uitbating van de apotheek zou uitgeoefend worden; hierover zie de commentaar onder artikel 77 van de Code) aanwezige apotheker. In een ziekenhuisofficina moet de aflevering van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen worden uitgevoerd door de ziekenhuisapotheker. De assistenten kunnen worden belast met de bereiding en de geïndividualiseerde distributie van geneesmiddelen (K.B. van 4 maart 1991 houdende vaststelling van de normen waaraan een ziekenhuisapotheek moet voldoen om te worden erkend, art. 7 en 22; K.B. van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen, art. 5). Het aantal assistenten is maximum drie per ziekenhuisapotheker.
De aflevering wordt gedaan aan de patiënt zelf of zijn vertegenwoordiger wanneer hij minderjarig is of meerderjarig maar niet in staat om zijn rechten zelf uit te oefenen. Een patiënt kan ook een gemachtigde sturen om zijn geneesmiddelen te gaan halen in zijn naam en voor zijn rekening. In het kader van een totale dematerialisering van het elektronische voorschrift moet een machtigingssysteem gecreëerd worden om deze mogelijkheid te bewaren.
Het principe van de persoonlijke aflevering in de apotheek kent slechts twee uitzonderingen die strikt worden omkaderd: de thuislevering in uitzonderlijke gevallen (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 28; over dit onderwerp zie de commentaar onder artikel 46 van de Code) en de online-verkoop van niet voorschriftplichtige geneesmiddelen (wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen, art. 3, § 4 en K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 29; over dit onderwerp zie het punt 14 van het deel II van de Code en de commentaren die gepaard gaan met alle bepalingen). Buiten deze uitzonderingen die strikt moeten geïnterpreteerd worden, is het verboden om een systeem van bestellingen en leveringen van geneesmiddelen buiten de apotheek op te zetten (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 8, al. 3).