Artikel 49

Om gepersonaliseerde, kwaliteitsvolle farmaceutische zorg te verzekeren, zijn gegroepeerde bestellingen van geneesmiddelen voor personen die niet in gemeenschap leven in de zin van de toepasselijke wetgeving, niet toegelaten.

Het verbod op gegroepeerde bestellingen, behalve de gevallen van aflevering aan patiënten die in gemeenschap leven, vormt het logische gevolg van het principe van de persoonlijke aflevering dat staat in artikel 3, § 4, lid 1 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en artikel 21, lid 1 van het Koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers (betreffende dit onderwerp zie de commentaar onder  artikel 38 van de Code).

Ter herinnering, een persoon die in gemeenschap leeft, is een “persoon gehuisvest in een rust- en verzorgingstehuis dat niet verbonden is aan een verplegingsinrichting die over een apotheek beschikt, een erkend rustoord voor bejaarden, een tehuis voor minder-validen, een psychiatrisch verzorgingstehuis, een initiatief van beschut wonen, een strafinrichting, een gesloten centrum, een forensisch psychiatrisch centrum, een opvangcentrum voor asielzoekers of een tehuis voor de plaatsing van kinderen, alsook personen die worden behandeld in centra voor dagverzorging” (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 1, 19°). De gegroepeerde bestellingen van geneesmiddelen die bestemd zijn voor andere groepen van personen (bijv. een kinderdagverblijf) zijn in principe verboden.

Er bestaan echter twee uitzonderingen: de aflevering van vaccins in het kader van een vaccinatiecampagne op de werkplaats of in een centrum erkend voor het voeren van vaccinatiecampagnes voor jonge kinderen; de aflevering van geneesmiddelen bestemd voor de behandeling van tropische ziekten en van immunologische geneesmiddelen, met het oog op het voorkomen van besmettelijke ziekten, aan het Prins Leopold Instituut voor Tropische Geneeskunde te Antwerpen voor reizigers die zich naar het buitenland begeven (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 25, § 1 en 26). Een derde uitzondering werd toegevoegd in de context van de sanitaire crisis gelinkt met Covid-19. Een apotheker mag nu vaccins die vergund zijn voor de profylaxe van het coronavirus SARS-CoV-2 en/of de Covid-19 ziekte afleveren aan de arts onder wiens verantwoordelijkheid de vaccins zullen worden toegediend (of een door hem aangewezen verpleegkundige), op basis van een schriftelijk verzoek van deze voor een groep van patiënten, eventueel buiten zijn apotheek (op de plaats van toediening van de vaccins – praktijk van de arts, vaccinatiecentrum, locatie van groepsvaccinatie) en via een koerierdienst gekozen door de apotheker-titularis (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 25, § 2). Er dient te worden opgemerkt dat de ziekenhuisapotheker ook toegelaten is om deze vaccins af te leveren op basis van een schriftelijk verzoek van een arts voor een groep van patiënten krachtens artikel 11/1 van het Koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen.

Wordt niet beschouwd als een gegroepeerde bestelling en wordt dus toegelaten de aflevering van geneesmiddelen voor de urgentietrousse van een voorschrijver (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 20). Hetzelfde principe geldt voor de spoedkasten binnen verzorgingsinstellingen (K.B. van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen, art. 13).