Artikel 51

De apotheker ziet erop toe dat zijn medewerkers hun beroep overeenkomstig alle wettelijke, reglementaire en deontologische voorschriften kunnen uitoefenen.

Overeenkomstig artikel 8 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen is de apotheker-titularis verantwoordelijk voor het beheer van de apotheek en de toepassing van de wetgeving. Hij moet er dus voor zorgen dat zijn apothekers medewerkers in de beste mogelijke omstandigheden kunnen werken (bijv. op vlak van materieel, hygiëne, inrichting van de lokalen, verdeling van de taken binnen het team met respect voor de bestaande wetgeving, identificatiemiddelen van de leden van het apotheekteam…).

Deze verantwoordelijkheid geldt ongeacht of de apotheker al dan niet eigenaar is van de officina die hij beheert. Dezelfde bepaling van de bovenvermelde wet van 10 mei 2015 stelt dat de vergunninghouder voor de uitbating van de apotheek die hij niet beheert “de nodige middelen en uitrusting ten behoeve van de uitoefening van het beroep” ter beschikking moet stellen van de titularis(sen). Bovendien moet hij hem/hen “voldoende autonomie” laten en hem/hen geen handeling noch beperking opleggen “die de naleving van wettelijke en deontologische vereisten verhindert”. De titularis(sen) moeten zich van de naleving van deze bepaling verzekeren.