Artikel 34

Na de voorlegging van het voorschrift of na het verzoek door de patiënt levert de apotheker het geneesmiddel zo snel mogelijk af. Enkel het belang van de gezondheid van de patiënt en van de volksgezondheid wordt in aanmerking genomen. Noch de geaardheid van de persoon, noch de aard van het product mogen een rol spelen bij de aflevering. De prijs van het geneesmiddel mag geen reden zijn om de aflevering of de bestelling van het geneesmiddel te weigeren.

Vanwege zijn monopolie op de aflevering van alle al dan niet voorschriftplichtige geneesmiddelen27 is de apotheker in principe gehouden het gevraagde geneesmiddel af te leveren. Betreffende de producten die zonder voorschrift kunnen afgeleverd worden, laten verschillende principes zoals de therapeutische vrijheid (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 4), het recht van de patiënt op kwaliteitsvolle dienstverstrekking die beantwoordt aan zijn behoeften (wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, art. 5) en de farmaceutische zorg (Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, punt F.7.A) de apotheker toe om de aflevering van het product te weigeren, mits de patiënt hierover correct te informeren (over deze vraag, zie de commentaar onder artikel 19 van de Code). Het weigeren van aflevering en verstrekking wordt op een wetenschappelijke basis gemotiveerd door het belang van de patiënt en in het algemeen door de volksgezondheid zonder dat subjectieve criteria tussenkomen. Betreffende de voorschriftplichtige producten is het enkel in de door de regelgeving voorziene gevallen dat de apotheker het voorschrift mag wijzigen of aanpassen (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 17, al. 1 en de daarbij gevoegde Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, punt F.7.1.II), de aflevering mag uitstellen (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 17, al. 2, 18 en 19) of het voorgeschreven geneesmiddel mag substitueren (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 6; voor meer uitleg met betrekking tot de substitutiemogelijkheden, zie de commentaar onder artikel 37 van de Code).

De mogelijkheden om gewetensbezwaren te formuleren tegen het verzoek van een patiënt worden voorzien in artikel 35 van de Code (zie ook de commentaar die daarmee gepaard gaat).

Artikel 34 van de Code stelt dat de prijs van het geneesmiddel geen reden mag zijn om de aflevering of de bestelling van een geneesmiddel te weigeren. Deze bepaling heeft betrekking op vragen naar dure geneesmiddelen of geneesmiddelen die beperkte marges genereren die de apotheker in de verleiding zouden kunnen brengen om deze niet te honoreren omwille van zuiver economische motieven, wat niet deontologisch aanvaardbaar is. Deze bepaling heeft integendeel niks te maken met patiënten met financiële moeilijkheden die de gevraagde producten niet kunnen betalen. Voor meer uitleg over de interpretatie die aan deze bepaling moet gegeven worden, zie het advies van 8 december 2015, “Draagwijdte van art. 31 van de deontologische Code”, dat op de website van de Orde werd gepubliceerd (de titel van dit advies gebruikt de oude nummering van de deontologische Code; het artikel 31 is nu artikel 34 van de Code geworden).

Het laatste lid van artikel 4 van het Koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers voorziet dat behoudens overmacht (bijv. in geval van ontbrekende producten) alle bestelde producten uiterlijk de volgende werkdag na de vraag van de patiënt moeten afgeleverd worden door de apotheker.

* De Conseil d’appel heeft de beslissing van de Provinciale Raad bevestigd en de apotheker vrijgesproken die geweigerd had om twee zeer dure geneesmiddelen aan een patiënte af te leveren wegens tijdelijke financiële moeilijkheden die het hem onmogelijk maakten om de prijs van de geneesmiddelen voor te schieten in afwachting van de terugbetaling door het derdebetalerssyteem. De apotheker had inderdaad de betrokken geneesmiddelen al acht keer tijdens het afgelopen jaar aan de patiënte afgeleverd en had haar verwezen naar een confrater die haar kon helpen.

* In geval van patiënten die afhangen van Fedasil of het OCMW kan de apotheker te maken hebben met een laattijdige betaling. Hij is in principe echter verzekerd van de betaling. Krachtens artikel 34 mag de apotheker de aflevering dus niet weigeren omwille van economische motieven. Als tijdelijke reële en belangrijke financiële moeilijkheden het hem onmogelijk maken om de prijs van de geneesmiddelen voorlopig voor te schieten in afwachting van de terugbetaling door deze organismen blijft de apotheker verplicht om de continuïteit van de zorg te verzekeren. Hij moet de patiënt verwijzen naar een confrater die de aflevering kan uitvoeren.

  • 27

    Voor meer informatie met betrekking tot het monopolie van de apotheker zie de lijst van producten die behoren tot het monopolie van de apotheker, die op de website van de Orde is gepubliceerd.