De Conseil d’appel heeft het volgende gesteld: “Het feit dat men een confrater belastert, denigreert of valse beschuldigingen verspreidt over zijn persoon, zijn personeel, zijn officina of zijn bereidingen druist in tegen de deontologie, zelfs als er geen gevolgen zijn voor het cliënteel”. In dit geval had een apotheker een brief aan de Provinciale Raad, de farmaceutische inspectie en de Provinciale Geneeskundige Commissie opgestuurd waarin hij de beroeps- en morele kwaliteiten van collega’s, hun twijfelachtige praktijken, hun gebrek aan scrupules en hun minachting voor de deontologie in vraag stelde. Zelfs indien zij niet publiek werden gemaakt, werden deze uitspraken als onaanvaardbaar beschouwd op het deontologische vlak. Het recht om over een collega die zijn taken niet uitvoert te klagen werd niet in vraag gesteld maar het was de manier om de klacht te formuleren die als ongepast werd geoordeeld.