Apothekers zijn elkaar onderlinge hulp en bijstand verschuldigd. In hun onderlinge contacten geven zij blijk van solidariteit en confraterniteit.
Zoeken
Apothekers zijn elkaar onderlinge hulp en bijstand verschuldigd. In hun onderlinge contacten geven zij blijk van solidariteit en confraterniteit.
Zoals al vermeld in de commentaar onder artikel 3 van de Code, betekent confraterneel zijn, voor een apotheker, zich correct, beleefd en welwillend gedragen ten opzichte van andere collega’s apotheker. Het feit dat een apotheker in overeenstemming met de wettelijke en deontologische bepalingen iets doet dat andere apothekers niet doen, vormt op zich geen inbreuk op de confraterniteit.
Deze houding van bijstand en solidariteit dient uiteraard het belang van de patiënt en van de volksgezondheid die het doel van de activiteit van de apotheker vormen.
* De Covid-19-pandemie heeft op een opmerkelijke wijze de toepassing van deze bepaling geïllustreerd: veel apothekers die niet (meer) ingeschreven waren bij de Orde der Apothekers (gepensioneerden, academici, industriëlen…) hebben zich als vrijwilliger aangemeld hetzij om de teams in de apotheken die gedurende de ganse crisis bijzonder onder druk stonden te versterken, hetzij later om de optimale werking van de vaccinatiecentra te verzekeren.
* De ernstige overstromingen die België hebben getroffen tijdens de zomer 2021 vormen een ander voorbeeld. De getroffen apothekers hebben inderdaad kunnen rekenen op de bijstand van confraters. Zo werd de continuïteit van de zorg ten opzichte van hun patiënten zo goed mogelijk verzekerd in deze moeilijke omstandigheden. De Orde heeft dit van dichtbij kunnen vaststellen doordat ze meermaals de getroffen gebieden heeft bezocht om haar leden te ondersteunen en hun situatie op te volgen (zie de communicatie van de Nationale Raad van 22 oktober 2021, “Solidariteit met collega’s in nood na de overstromingsramp”, die op de website van de Orde werd gepubliceerd).