Alle apothekers hebben de plicht tot permanente vorming (zie de commentaar onder artikel 7 van de Code) en moeten een portfolio bijhouden waaruit blijkt dat ze beschikken over de nodige bekwaamheid en ervaring (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 8). De farmaceutische-technische assistenten moeten ook permanente vorming volgen (K.B. van 5 februari 1997 betreffende de beroepstitel en de kwalificatievereisten voor de uitoefening van het beroep van farmaceutisch-technisch assistent en houdende vaststelling van de lijst van handelingen waarmee deze laatste door een apotheker kan worden belast, art. 3, 3°).
De titularis kan zich niet verzetten tegen de deelname van zijn medewerkers aan programma’s van permanente vorming en moet zelfs daarvoor zorgen (voor de voor het publiek opengestelde officina’s, zie de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009, punt F.1). Hij verzekert zich ervan tijdens periodieke evaluaties dat deze opleidingen wel degelijk gevolgd worden.