Krachtens het punt F.7.4 van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers) “garandeert de farmaceutische wachtdienst dat de bevolking permanent toegang heeft tot verzorging door een regelmatige en normale verstrekking van producten en diensten”. Deze dienst wordt op lokaal niveau voor de apothekers georganiseerd door de representatieve beroepsverenigingen die belast zijn met het opstellen van de wachtrol in functie van de noden. Dit gebeurt onder het toezicht van de Federale Commissie voor toezicht op de praktijkvoering in de gezondheidszorg ende provinciegouverneur (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 25). De wachtdienst heeft minstens iedere dag plaats van 19u tot 8u, alsook op zon- en feestdagen (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 6, al. 2). In de praktijk zijn de wachturen geüniformiseerd sinds 2015: elke periode van 24u wordt verdeeld tussen een dagwacht (van 9u tot 22u), die de wacht tussen de middag omvat, en een nachtwacht (van 22u tot 9u). Platformen zoals Geowacht, Allô santé of andere organiseren concreet de spreiding van de wachtdiensten. Deze platformen kunnen als volgt worden gedefinieerd: samenwerkingsverbanden van lokale apothekersverenigingen voor de organisatie van de wachtdienst van apotheken door middel van geautomatiseerde wachtberekening met optimale spreiding en gelijke verdeling over de deelnemende apotheken en met publieke communicatie van de apotheek van wacht.
De verplichting om aan de wachtdienst deel te nemen geldt in eerste instantie voor de apotheek. De titularis is echter verantwoordelijk voor de effectieve uitvoering van deze verplichting (K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 6, al. 1). De apotheker-titularis moet dus alles voorzien zodat de wacht optimaal kan worden uitgevoerd in overleg met de vergunninghouder als hij niet de eigenaar is van de officina (zie in dit verband de commentaar onder artikel 86 van de Code). Hij moet er ook in alle omstandigheden voor zorgen dat de aan zijn apotheek toevertrouwde wacht effectief wordt uitgevoerd door een apotheker lid van het apotheekteam (zie in dit verband commentaar onder artikel 26 van de Code) of uitzonderlijk door een andere apotheek.
Het uitzonderlijke karakter van een wachtdelegatie aan de titularis van een andere apotheek wordt bevestigd door artikel 6, lid 1 van het Koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers: het is enkel indien de apotheker-titularis zelf de wachtdienst niet kan uitvoeren en deze taak aan een adjunct-apotheker of apotheker-vervanger niet kan delegeren dat hij een delegatie aan een andere officina kan overwegen mits de toestemming van de titularis ervan. Een systematische delegatie van de wachtdiensten van één apotheek naar een andere is dus niet toegelaten. Betreffende de toegankelijkheid van de apotheek, onder meer tijdens de wachtdienst, wordt verwezen naar de commentaar onder artikel 31 van de Code.
Als de delegatie van wachtdiensten uitzonderlijk moet blijven dan is het a fortiori ook zo voor de volledige vrijstelling ervan voor de apotheek. Zulke vrijstelling zou enkel kunnen worden verleend na overleg en akkoord van de andere deelnemers aan de wachtrol.
Met de inwerking treding van de kwaliteitswet geldt de plicht om deel te nemen aan de permanentie die voor hun beroep wordt georganiseerd, nu ook voor elke individuele apotheker (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 21). De bijzondere verantwoordelijkheid van de titularis ten opzichte van de concrete organisatie van de wacht binnen de officina blijft maar alle leden apothekers hebben nu de plicht om aan de wacht deel te nemen en om dit te vermelden in hun portfolio; hieruit blijkt dan dat ze over “de nodige bekwaamheid en ervaring” beschikken (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 8). Ze kunnen maar uitzonderlijk van deze plicht vrijgesteld worden, voorlopig of definitief op basis van hun gezondheidstoestand, leeftijd, gezinssituatie of de feitelijke uitoefening van hun beroep (d.w.z. wanneer de uitoefening van het gezondheidsberoep “afwijkt van het gebruikelijke”) (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 26). Het is de Nationale Raad van de Orde der Apothekers die de bevoegdheid heeft om de vrijstellingen tot de deelname aan de wachtdienst toe te kennen – voor zover de verhindering langdurig (minstens 90 dagen) en ernstig is; kleine beletsels dienen lokaal op basis van de collegialiteit en solidariteit behandeld te blijven (zie het Reglement tot vrijstelling wachtdienst van de Nationale Raad van 23 februari 2023 dat werd gepubliceerd op de website van de Orde).
Het onderscheid apotheek/apotheker blijft dus primordiaal betreffende de wachtdienst: niks verandert met betrekking tot de plicht voor elke apotheek om deel te nemen aan de wachtrol; wat veranderd is, is dat alle apothekers van een apotheek nu ook de wettelijke plicht hebben om aan de wacht deel te nemen.
De wetgeving voorziet in elk geval dat geen enkele apotheker van de medische permanentie mag worden uitgesloten (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 24). In die zin is de wacht niet alleen een verplichting voor de apotheker maar ook een recht.
Er dient te worden onderstreept dat de zwangere werkneemsters worden onderworpen aan een bijzonder regime met betrekking tot de nachtarbeid: de zwangere apothekers in dienstverband mogen niet verplicht worden nachtarbeid te verrichten in bepaalde door de wet gedefinieerde omstandigheden. De gewone regels van vervanging/wachtdelegaties zijn dan van toepassing (voor een gedetailleerde uitleg van de toepasselijke regels betreffende de vervanging voor de uitvoering van de wachtdienst zie het advies van 21 december 2016, “Regeling van de wachtdienst en vervanging”, dat op de website van de Orde werd gepubliceerd).
In alle gevallen is het noodzakelijk om alle verwarring of misverstand m.b.t. de uitvoering van de wacht te vermijden: enkel duidelijke en directe communicaties tussen de deelnemers aan een wachtrol laten toe om bijzondere of dringende problemen, die een punctuele aanpassing van de wachtrol zouden kunnen rechtvaardigen, op te lossen. De gevallen van overmacht die de uitvoering van de wacht op korte termijn verhinderen (dood in de familie van de apotheker die in principe van wacht is, ongeval…) kunnen zo gemakkelijk en direct worden opgelost mits een duidelijke informatie aan de patiënten. Het is een toepassing van het principe van collegialiteit (over dit principe, zie artikel 29 van de Code en de commentaar die daarmee gepaard gaat).