Artikel 93

De patiëntenbinding en het zoeken naar nieuwe patiënten door de verspreiding van informatie, publiciteit of andere commerciële praktijken zijn toegelaten binnen de beperkingen vastgesteld in deze Code.
Het is voor de apotheker verboden patiënten aan te trekken met methoden en middelen die disproportioneel zijn, die strijdig zijn met de waardigheid en de geloofwaardigheid van het beroep, die de vrije keuze van de patiënt aantasten of die niet stroken met adequate farmaceutische zorg.

Deze bepaling bevat het algemeen beginsel inzake wat vroeger en soms verkeerd “ronselen” werd genoemd. Deze negatieve en onduidelijke terminologie wordt vervangen door een meer neutrale en dus meer begrijpbare formulering.

Het “werven” van patiënten (fidelisering of zoeken naar nieuwe patiënten) wordt gelinkt met de verspreidingsmodus (kanaal + doelgroep) van de informatie, publiciteit of commerciële praktijken. De grens tussen wat toegelaten is en wat verboden is, wordt bepaald door een proportionaliteitsprincipe (zie hierboven de Gebruiksinstructies van deel 13 voor uitleg over de toepassing van dit principe). De toepassing van dit algemeen beginsel inzake het “werven” wordt verder beschreven in functie van de soort inhoud (art. 97, 101 en 106 van de Code).

Elke andere vorm van “werven” van patiënten dan het werven gelinkt met de informatie, publiciteit of commerciële praktijken wordt niet toegelaten. In dat geval zou het gaan om ronselen in de letterlijke zin van het woord, dat zich richt op een specifieke geïndividualiseerde groep mensen waarbij sprake is van een ongevraagde inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer.

  • Het Hof van Justitie van de Europese Unie (arrest C-649/18 van 1 oktober 2020) heeft eraan herinnerd dat, op voorwaarde dat een dienstverlener niet belet wordt om reclame buiten zijn apotheek te maken, ongeacht op welke drager of op welke schaal hij dat doet, een nationale regeling apothekers mag verbieden “om hun klanten te benaderen via bepaalde methoden en middelen, waaronder de massale verspreiding van reclamedrukwerk en reclamefolders buiten de apotheek”. In de betrokken zaak had een online-apotheek een grote publicitaire campagne gevoerd waarbij reclamefolders werden gestoken in pakjes die door andere spelers op het gebied van verkoop op afstand werden verzonden (een praktijk die in het Engels “piggybacking” wordt genoemd), en waarbij ook reclamedrukwerk werd verstuurd.
  • Telemarketingpraktijken die gericht zijn op een groep mensen via een kanaal vreemd aan de apotheek (bijv. abonnees van een weekblad) zouden in strijd zijn met artikel 93 van de Code. Hetzelfde zou gelden voor een promotionele activiteit van deur tot deur ten opzichte van alle personen van meer dan 65 jaar uit de regio of voor het opsturen van een mailing aan een lijst van email adressen van personen wonende in een bepaalde zone die de apotheker heeft gekregen zonder dat deze personen hiervan op de hoogte waren en hun toestemming hebben gegeven voor deze verwerking van hun gegevens door een derde.
  • Zie ook de voorbeelden die onder de artikelen 97, 101 en 106 van de Code worden vermeld.