Artikel 81

Teneinde met name zijn onafhankelijkheid te vrijwaren, en omwille van het beroepsgeheim waaraan hij gehouden is, mag de apotheker in geen geval enige ruimte in de apotheek onder welke voorwaarden dan ook ter beschikking stellen van derden.
Een uitzondering op deze regel kan voorafgaandelijk toegekend worden door de Nationale Raad in het kader van initiatieven met betrekking tot de volksgezondheid.

De apotheker die een dienst aan zijn patiënten wenst aan te bieden door beroep te doen op de prestaties van een derde binnen zijn apotheek tijdens de normale openingsuren moet een voorafgaande aanvraag bij de Nationale Raad van de Orde der Apothekers indienen. Zulke aanvragen worden geval per geval onderzocht. Er wordt gekeken naar de details van het voorziene initiatief en de uitvoeringsmodaliteiten ervan.

Deze punctuele initiatieven, die vreemd blijven aan de artsenijbereidkunde en de normale activiteit van een apotheek, mogen in elk geval alleen toegestaan worden als ze gelinkt zijn met de volksgezondheid en de verstrekking van kwaliteitsvolle zorg. Ook moet de derde die zijn activiteit binnen de officina zal uitvoeren een gekwalificeerde en bevoegde gezondheidszorgberoepsbeoefenaar39 zijn, die binnen het kader van de handelingen die aan hem worden toevertrouwd, optreedt. Bovendien mag de normale werking van de apotheek hierdoor niet worden belemmerd en moet de apotheker zijn wettelijke en deontologische plichten kunnen blijven naleven.

Het lid van het apotheekteam dat een aanvullende dienst aan de patiënten in de apotheek zou aanbieden op basis van een bijzondere opleiding wordt niet beschouwd als een derde en valt dus niet binnen het toepassingsgebied van artikel 81. Betreffende deze vraag, zie de commentaar onder artikel 87 van de Code.

Zie het advies van de Nationale Raad van 2 november 2022, “Vaccinatie in de apotheek door niet-apothekers”.

  • 39

    De lokalen van de apotheek mogen inderdaad niet voor andere doeleinden worden gebruikt dan voor de ontvangst, de opslag en de bereiding van geneesmiddelen en andere gezondheidsproducten of de verstrekking van de zorg (Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken(gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers), punt F.2). Enkel de gezondheidszorgberoepsbeoefenaars en de personen die een niet-conventionele praktijk uitvoeren in de zin van de wet van 29 april 1999 mogen zorg verstrekken (zie de definities van “gezondheidszorg” en “beroepsbeoefenaars” in de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënten, art. 2). De lijst van de gezondheidszorgberoepen en de lijst van de niet-conventionele praktijken zijn beschikbaar op de website van de FOD Volksgezondheid.