De Orde

Huishoudelijk reglement

HOOFDSTUK I
NATIONALE RAAD

I. Algemeenheden aangaande het bestuur

Art. 1 - De nationale raad heeft zijn zetel Henri Jasparlaan 94, Sint-Gillis (1060 Brussel);

Art. 2 – Om in rechte op te treden, om te bedingen en om zich te verbinden is de Orde der apothekers vertegenwoordigd door één van de voorzitters van de nationale raad, samen met de magistraatassessor.

Art. 3 – De voorzitters, ondervoorzitters en secretarissen van de afdelingen, hierin bijgestaan door de magistraatassessor, zorgen voor de coördinatie van de werkzaamheden van beide afdelingen van de nationale raad ; zij vormen samen een dagelijks bestuur. (K.B. van 29 mei 1970, art. 15).

Art. 4 – Het bureau is belast met het dagelijks bestuur. Het treft al de nodige schikkingen om de goede werking van de nationale raad en van de raden van beroep te verzekeren.
Aan het bureau wordt toelating verleend om op naam van de Orde der apothekers, nationale raad, Brussel, bankrekeningen te openen. Een beknopt verslag van de zitting van het Bureau wordt beurtelings opgesteld door de secretarissen van de afdelingen.

Art. 5 – Er zal een boekhouding aangelegd worden van de uitgaven en de inkomsten, waarin afzonderlijk vermeld worden de uitgaven van de nationale raad, van de raden van beroep en van de provinciale raden. De rekeningen zullen jaarlijks op 31 december afgesloten worden Tijdens de januarizitting zal de nationale raad, door uitloting, een lid van elke afdeling buiten de leden van het bureau aanduiden, die belast zijn met het nazicht van bedoelde rekeningen.
Ze zullen bij de raad een geschreven verslag, opgesteld in het Nederlands en het Frans , door beiden ondertekend, indienen dat zal voorgelegd worden aan de nationale raad bij het nazicht en de goedkeuring van de rekeningen. Het zal aan de notulen van de zitting bijgevoegd worden.

Art. 6 – Na beraadslaging van het bureau en op voorstel van de nationale voorzitters, kiest en benoemt elke afdeling van de nationale raad, een lid van de Orde tot “directeur bij de Orde der apothekers”.

De directeurs worden in dienst genomen op basis van een arbeidsovereenkomst voor bedienden van onbepaalde duur en de leeftijdsgrens wordt op 65 jaar bepaald. Die kan worden overschreden mits een beslissing genomen met een tweederde meerderheid van de stemgerechtigde leden van de betrokken afdeling van de nationale Raad.

Zij leiden het secretariaat van de Nationale Raad.

Zij wonen de bureau- en raadszittingen bij van de Nationale Raad en stellen de verslagen op van de zittingen van de Nationale Raa

Ze mogen geen deel uitmaken van de nationale raad, van een raad van beroep of van een provinciale raad als gewoon of plaatsvervangend lid.

Zij worden belast met alle administratieve zaken en, op verzoek van de voorzitters van de nationale raad, zullen zij de modaliteiten van uitvoering van de beslissingen van de raden van beroep meedelen.

Zij nemen de nodige schikkingen opdat de procedures in het vooruitzicht van een geldige samenstelling van de verschillende raden tijdig worden aangevat (K.B. nr. 80 van 10 november 1967, art. 7, 12 en 14).

Met instemming van de voorzitters organiseren zij de aanwervingsprocedure van het personeel, noodzakelijk voor de goede werking van de dienst. Van de nationale raad krijgen zij opdracht om de vergoedingen aan dit personeel uit te betalen, de maatschappelijke lasten te vereffenen, de werkzaamheden van genoemd personeel uit te stippelen en toezicht te houden over de uitvoering van hun taken.Zij organiseren en controleren de thesaurieaangelegenheden. Zij verzekeren er zich van dat de boekhouding, voorzien in artikel 5, wordt gevoerd en brengen jaarlijks verslag uit aan de nationale raad over de uitgaven van de verschillende raden. Zij stellen de balans en de resultatenrekeningen voor van de Orde der Apothekers.

Zij innen de bijdragen (K.B. nr. 80 van 10 november 1967, art. 3 en 15 § 2,4°).en hebben volmacht voor het aanvaarden van aangetekende stukken.

Zij worden belast met het uitkeren van de bedragen welke nodig zijn voor de werking van de onderscheidene raden, waarvan deze maandelijks rekenschap zullen geven.

Art. 6 bis De procedure tot bepaling en inning van de bijdragen is als volgt vastgesteld :

In de loop van de maand januari bepaalt de nationale raad het bedrag van de bijdrage voor het lopende jaar alsook het bedrag van de administratieve kosten die bij elk herinneringsschrijven aangerekend zullen worden.

De aanvraag tot betaling van de bijdragen wordt gedurende de maand februari opgestuurd naar de leden van de Orde. Deze aanvraag vermeldt duidelijk de termijn binnen dewelke de betaling moet gebeuren evenals de bijkomende administratieve kosten in geval van niet-betaling binnen de toegestane termijn.

In geval van niet-betaling binnen de aangeduide termijn na de eerste aanvraag tot betaling, wordt een eerste herinnering opgestuurd in de loop van de maand juni. Zoals vermeld in de eerste aanvraag tot betaling, zal het bedrag van de bijdrage vermeerderd worden met de administratieve kosten. In geval van nietbetaling binnen de termijn vermeld in de eerste herinnering, wordt een tweede herinnering per aangetekend schrijven verstuurd in de loop van de maand oktober. Het bedrag van de bijdrage wordt nogmaals verhoogd met de administratieve kosten. Deze herinnering meldt duidelijk aan de apotheker dat in geval van niet-betaling binnen de tien werkdagen de Orde hem zal aanmanen zich te kwijten van zijn bijdrage. Deze aanmaning is de eerste stap in de inning van de bijdrage langs gerechtelijke weg.

In geval van niet-betaling binnen de termijn vermeld in de tweede herinnering, delen de directeurs aan de provinciale raden de naam van de apothekers mee die hun bijdragen niet betaald hebben teneinde hen toe te laten een disciplinaire vervolging te overwegen.

De directeurs maken de dossiers over aan een advocaat en/of gerechtsdeurwaarder met het oog op een inning via gerechtelijke weg. Deze laatste zal, zonder verdere herinnering, alle nodige juridische procedures instellen teneinde de verschuldigde bijdragen te innen, vermeerderd met intresten en kosten. Alle betwistingen met betrekking tot de bijdragen en de kosten vallen uitsluitend onder de bevoegdheid van de rechtbanken van de maatschappelijke zetel van de nationale raad.

Art. 7 – Op voorstel van de voorzitters van de nationale raad stelt het Bureau de respectievelijke deelnemingskosten vast van de leden (magistraten, universiteitsprofessoren en apothekers) van de onderscheiden raden. De directeurs worden gelast met het uitbetalen aan de leden van de raden van de kosten aangegaan ter gelegenheid van officieel toevertrouwde opdrachten op basis van onkostennota’s, goedgekeurd door de Voorzitters.

Art. 8 – In de eerste zitting na haar vernieuwing (om de zes jaar) verkiest elke afdeling van de nationale raad uit haar midden een voorzitter, een ondervoorzitter en een secretaris, volgens de regels bepaald door de artikelen 27, 28, 29 en 34 van het K.B. van 18 juli 1969 en door artikel 14, § 2 van het K.B. nr. 80 van 10 november 1967.

Na bekendmaking van de uitslagen treedt de nationale raad onmiddellijk in functie.

Art. 9 – Elke afdeling van de nationale raad vaardigt voor een termijn van zes jaar een zijner leden en zijn plaatsvervanger af om van rechtswege de zittingen van de raad van beroep bij te wonen (K.B. nr. 80 van 10 november 1967, art. 12, § 3).

Indien nodig gaat zij onmiddellijk over tot de vervanging van de effectieve of plaatsvervangende afgevaardigde om het lopende mandaat te voleindigen.

Art. 10 – Het voorzitterschap van de nationale raad wordt afwisselend waargenomen door de voorzitters.

In geval een voorzitter occasioneel verhinderd is laat hij zich vervangen door de ondervoorzitter van zijn afdeling.

Art. 11 –

II. Werking van de nationale raad

Art. 12 – De voorzitters leiden de werkzaamheden van de nationale raad of van hun afdeling.

Ze maken de aangelegenheden die op de Orde betrekking hebben bij de nationale raad aanhangig. Ze bepalen de datum van de zittingen, stellen de agenda op, leiden de debatten en handhaven orde en tucht in de zittingen.

Bij de plechtigheden bekleden ze de ereplaats onder de afgevaardigden die het farmaceutisch corps vertegenwoordigen.

Art. 13 – De afdelingen van de nationale raad komen eens per maand in vergadering bijeen. Indien het bureau zulks nodig acht kunnen er meer zittingen belegd worden. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, waarover de voorzitters of het bureau zich dienen uit te spreken, hebben er tijdens de gerechtelijke vakantie geen vergaderingen plaats. Indien het niet nodig is de raad in vergadering bijeen te roepen, laten de voorzitters dit in het register der notulen optekenen.

Art. 14 – Op schriftelijke aanvraag door drie leden van een afdeling wordt deze door de voorzitter van de afdeling bijeengeroepen binnen dertig dagen na de aanvraag, dewelke het onderwerp bepaalt dat op de agenda dient gebracht (K.B. van 29 mei 1970, art. 16, al. 4).

Art. 15 – Ieder lid van de nationale raad mag schriftelijk aan de voorzitter van deze raad vragen dat om het even welke kwestie die binnen de bevoegdheid van de Orde valt op de agenda zou gezet worden.

Art. 16 – De beslissingen van de nationale raad en van zijn afdelingen worden getroffen bij meerderheid van stemmen (K.B. van 29 mei 1970, art. 18). In geval van staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter (K.B. nr. 80 van 10 november 1967, art. 28, § 2).

Art. 17 – Het lid van de nationale raad, dat zich in de onmogelijkheid bevindt een vergadering bij te wonen, vaardigt zijn plaatsvervanger af; deze laatste zal in geval van belet het secretariaat van de nationale raad hiervan onmiddellijk in kennis stellen.

Art. 18 – De nationale raad, het bureau of de voorzitters kunnen een of verschillende leden van de raad belasten met om het even welk onderzoek of verslag betreffende een gerezen geschil of een vraagstuk dat ter studie ligt; de aldus afgevaardigde leden moeten kunnen genieten van een zekere vrijheid van handelen binnen het strikte kader van hun opdracht.

Art. 19 – In toepassing van art. 6 alinea 5 van het huishoudelijk reglement, houden de directeurs toezicht op de toepassing van art. 58 van dit reglement, brengen verslag uit bij het bureau van de nationale raad en zullen de opmerkingen ter kennis brengen welke ze op de werkzaamheid van de provinciale raden menen te moeten maken.

Art. 20 – De nationale raad houdt een repertorium bij van al de definitieve beslissingen in tuchtzaken die gewezen werden door de provinciale raden en door de raden van beroep (K.B. nr. 80 van 10 november 1967, art. 15, § 2, 1°).

HOOFDSTUK II
RADEN VAN BEROEP

I. Werking van de raden van beroep

Art. 21 - De raden van beroep hebben hun zetel Henri Jasparlaan 94, Sint-Gillis (1060 Brussel).

Art. 22 - De ...