De apotheker respecteert en neemt deel aan alle initiatieven van de overheid die de controle van de gezondheidsuitgaven tot doel hebben. Voor dit doel promoot hij o.a. een optimaal en rationeel gebruik van de geneesmiddelen. Wanneer dit gepast is, maakt hij ook gebruik van de substitutiemogelijkheden met minder dure specialiteiten (over de substitutieregels, zie de commentaar onder art. 37 van de Code; over het belang van transparantie tussen gezondheidszorgbeoefenaars in dit opzicht, zie de commentaar onder art. 59 van de Code).
De apotheker bewaart niettemin altijd zijn therapeutische vrijheid die hem toelaat vrij in het belang van de patiënt de middelen te kiezen die hij aanwendt bij het verstrekken van de zorg, op basis van de wetenschappelijke gegevens en zijn expertise en binnen de perken van zijn bevoegdheden, zonder mogelijke reglementaire beperkingen (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 4).
Over deze vragen, zie ook de commentaar onder art. 42 van de Code.