De “gepersonaliseerde begeleiding van patiënten die hun medicijnen zelf toedienen” maakt expliciet deel uit van de activiteiten die tot de artsenijbereidkunde behoren krachtens de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen (art. 5/1, 10°). In het bijzonder voor geneesmiddelen vormt de verbetering van hun gebruik door de patiënt met het oog op een betere levenskwaliteit van deze laatste één van de doelen van de farmaceutische zorg overeenkomstig dezelfde wet (art. 7, al. 1; zie ook de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers), punt D, laatste opsommingsteken en punt F.7.1.III dat het principe uitbreidt naar alle gezondheidsproducten).
Betreffende de verwijzing door de apotheker van de patiënt naar een andere gezondheidszorgbeoefenaar, zie artikel 21 van de Code en de commentaar die daarmee gepaard gaat.