Artikel 59

De apotheker onderhoudt met de voorschrijvende artsen en met de andere gezondheidszorgbeoefenaars in de zin van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen een correcte relatie, steunend op onderlinge samenwerking. Met toestemming van de patiënt wisselt hij loyaal met hen alle gegevens uit die nuttig of noodzakelijk zijn in het belang van de patiënt.
De apotheker onthoudt zich, zowel in het openbaar als privé, van beledigende, lasterlijke of valse commentaren over andere gezondheidszorgbeoefenaars.

Alle gezondheidszorgbeoefenaars zetten zich in voor de volksgezondheid, in het belang van de patiënt en de continuïteit van de zorg. De wetgeving moedigt dus “voortdurende contacten, in wederzijds vertrouwen”, aan tussen de apotheker en de andere gezondheidszorgbeoefenaars, in het bijzonder de artsen (Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, punt D). Een overleg tussen hen en de verwijzing naar een andere bevoegde beoefenaar worden ook gepromoot (over dit onderwerp, zie de commentaar onder art. 21 van de Code).

Het is in dezelfde zin dat art. 39 van de Code de apotheker verplicht om farmaceutische zorg te verstrekken en de patiënt te informeren zonder het vertrouwen te ondermijnen dat de patiënt stelt in de zorgverstrekker die het product heeft voorgeschreven of aanbevolen. Deze noodzaak neemt de plicht voor de apotheker niet weg om volledige informatie en gepaste adviezen te geven, en om kwaliteitsvolle farmaceutische zorg te verstrekken, in het kader van zijn therapeutische vrijheid. Zoals reeds meermaals vermeld, kan dit gaan tot een weigering om het gevraagde product af te leveren (zie de commentaren onder art. 6, 19, 34 en 36 van de Code). Het doel van de apotheker die vaak de enige is die alle door de patiënt gebruikte producten kent, is de veiligheid van deze patiënt. De apotheker mag dus legitiem actief handelen wanneer de situatie het eist, bijvoorbeeld wanneer de efficiëntie van een geneesmiddel dat hij aflevert, zou kunnen gewijzigd worden door een ander door een gezondheidsbeoefenaar aangeraden product. Wanneer hij dit doet, moet hij echter ervoor zorgen dat hij de nodige voorzorgsmaatregelen neemt om het vertrouwen van de patiënt in alle beoefenaars die hem omringen en in het belang van zijn gezondheid werken niet te schaden. Hij moet hen ook, indien mogelijk op voorhand, verwittigen van zijn initiatieven.

Het behoud van het vertrouwen in alle partners die zich inzetten voor de bescherming van de volksgezondheid en de continuïteit van de zorg voor alle patiënten, brengt met zich mee dat ongepast taalgebruik jegens hen moet worden vermeden.

Betreffende de uitwisseling van gegevens, zie art. 19 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg.

De overdracht van informatie met betrekking tot een patiënt in de in artikel 59 beschreven context vormt geen inbreuk op het beroepsgeheim (zie de commentaar onder art. 22 van de Code).

De wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg benadrukt het belang van de toestemming van de patiënt inzake het delen van zijn gegevens tussen gezondheidszorgbeoefenaars met wie hij een therapeutische relatie heeft (zie afdeling 12).

Een goed voorbeeld waar de uitwisseling van gegevens tussen een apotheker en een andere gezondheidszorgbeoefenaar belangrijk is, is de substitutie. Over deze vraag, zie de commentaar onder art. 37 van de Code.