De apotheker helpt de patiënt naar best vermogen. Hij luistert naar hem, informeert hem correct en adviseert hem binnen de grenzen van zijn deskundigheid, zonder enige diagnose te stellen.
- 10
De WWHAM vragen bijvoorbeeld kunnen de apotheker op een nuttige manier helpen in dit opzicht: WIE is de patiënt (leeftijd, geslacht, levensomstandigheden, antecedenten, zwangerschap of borstvoeding, bestaande therapeutische relatie of niet…); WAT is er aan de hand (klachten, symptomen, invaliditeit of niet…); HOELANG (sinds wanneer? hoelang? causaliteit? …); ACTIES (welke acties werden al ondernomen?); MEDICATIE (in hoeverre neemt de patiënt geneesmiddelen? occasioneel, chronisch…).
- 11
Verstrekking wordt gedefinieerd in punt B van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers) als volgt: “Handeling die erin bestaat om enerzijds een geneesmiddel of gezondheidsproduct af te leveren overeenkomstig de wettelijke bepalingen dienaangaande, en anderzijds er de intellectuele meerwaarde aan te verbinden die bestaat uit :
- de farmaceutische analyse van het medisch voorschrift of van de vraag van de patiënt;
- de eventuele bereiding van de toe te dienen dosissen;
- het ter beschikking stellen aan de patiënt van de nodige informatie en het nodige advies om het geneesmiddel goed te gebruiken;
met als doel de patiënt doeltreffendheid en veiligheid aan te bieden”. Aflevering is de operatie waarbij een goed wordt overgedragen van de ene persoon naar de andere.