In zijn praktijk laat de apotheker zich leiden door de beginselen van “Evidence Based Medicine”. Dit kan gedefinieerd worden als “the conscientious, explicit, judicious and reasonable use of modern, best evidence in making decisions about the care of individual patients” (vrije vertaling: “het gewetensvolle, expliciete, oordeelkundige en redelijke gebruik van het actuele beste bewijs bij het nemen van beslissingen over de zorg voor individuele patiënten”). Zijn wetenschappelijke opleiding helpt hem om zich in alle omstandigheden op zijn kritische geest te beroepen en zich op objectieve en controleerbare gegevens te baseren.
Wanneer er sprake is van de aflevering van een product zijn deze principes toepasselijk ongeacht het type afgeleverd product – geneesmiddelen of zogenaamde “parafarmaceutische” producten – en voor zover het gaat over producten die de wettelijke en regelgevende bepalingen betreffende het in de handel brengen, respecteren.
Er dient ook te worden onderstreept dat de verstrekking van optimale farmaceutische zorg voor de patiënt ook kan impliceren geen product af te leveren maar de patiënt naar een andere gezondheidszorgberoepsbeoefenaar te verwijzen (zoals gesteld door de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009), punt F.7.1.II, in het kader van het proces van validatie van de vraag van de patiënt).