Artikel 31

De apotheker verzekert de continuïteit van de zorg op elk ogenblik en in alle omstandigheden.
Tijdens de openingsuren, alsook tijdens de wachtdienst is minstens één apotheker aanwezig in de apotheek.
De apothekers zijn verplicht overleg te plegen om de continuïteit van de zorg te waarborgen buiten hun openingsuren en tijdens hun sluitingsperiodes.


Rekening houdend met het monopolie dat aan de apotheker wordt toegekend voor de aflevering van alle al dan niet voorschriftplichtige geneesmiddelen26 is het fundamenteel dat in het belang van de volksgezondheid en de patiënten, een apotheek en een apotheker permanent toegankelijk zijn ongeacht de omstandigheden. De apotheker is dus verplicht om alle nuttige en relevante voorzieningen te treffen, zoals een communicatie aan de patiënten en de naburige apotheken of zelfs de overmaking van dossiers op vraag van de patiënt, om de continuïteit van de lopende behandelingen te verzekeren in geval van een tijdelijke of definitieve sluiting van zijn officina (wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg, art. 17 en 20; K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 11). Hij moet ook overleg plegen met zijn confraters om voor de continuïteit van de zorg te zorgen buiten de gewone openingsuren van de apotheken in het kader van de wachtdienst.

De vraag van de toegankelijkheid van de apotheek tijdens de wacht is van fundamenteel belang in dit opzicht. Een directe en gemakkelijke toegang tot de officina moet dus gewaarborgd worden tijdens de ganse wachtdienst. Dit betekent niet noodzakelijk dat de deuren van de apotheek open moeten blijven: de bediening via een loket met parlofoon/videofoon is aanvaard. De via dit kanaal aanvaarde betaalmogelijkheden moeten duidelijk aangekondigd worden (over deze aspecten, zie de commentaar onder art. 77 van de Code). Dit brengt echter ook een telefonische bereikbaarheid met zich mee zelfs al wordt geenszins geëist of verwacht dat de apotheker advies per telefoon verleent (betreffende deze vraag, zie het advies van de Nationale Raad van 22 november 2013, “Telefonische verzoeken tijdens de wachtdienst”, dat op de website van de Orde werd gepubliceerd). De apotheek moet ook gemakkelijk door de patiënten geïdentificeerd kunnen worden tijdens deze bijzondere periodes. Het lichtgevende kenteken van de officina moet dus blijven branden behalve uitzonderingen (over dit aspect, zie de commentaar onder art. 78 van de Code).

Het verzekeren van de continuïteit van de zorg tijdens de wachtdienst verplicht de apotheker om alle patiënten die dan beroep doen op zijn tussenkomst zo goed mogelijk te helpen en om hen voor elk probleem concrete oplossingen te bieden. Het punt F.7.4 van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers) stelt dus dat de apotheker het tijdens de wacht niet beschikbare voorgeschreven geneesmiddel moet vervangen door een geneesmiddel dat “in essentie gelijkwaardig” is (de patiënt en zijn arts moeten daarvan op de hoogte worden gebracht). Indien dat onmogelijk is, moet hij al het mogelijke doen om het voorgeschreven geneesmiddel “zo snel mogelijk” te verkrijgen of hij moet de patiënt verwijzen naar een andere apotheek van wacht waarvan hij zich heeft verzekerd dat ze over het gevraagde product beschikt. De apotheker blijft gebonden aan zijn plicht om magistrale bereidingen uit te voeren tijdens de wacht. Hij mag hiervan uitsluitend afzien om wetenschappelijke redenen, omwille van een wettelijke onmogelijkheid of bij gebrek aan geschikte technische uitrusting (punt F.6 van de bovenvermelde Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken). Net zoals gedurende de normale openingsuren van de apotheek zorgt de apotheker voor een aangepast onthaal. Hij luistert naar iedere patiënt die zich aanmeldt tijdens de wacht ongeacht het tijdstip en verleent advies en gepaste farmaceutische zorg (zie art. 8 van de Code en art. 17-19 van de Code en de commentaren die daarmee gepaard gaan). Iedere patiënt heeft inderdaad recht op kwaliteitsvolle dienstverstrekking die beantwoordt aan zijn behoeften, zoals hij ze persoonlijk aanvoelt. Als zorgverstrekker moet de apotheker dan proberen ze zo goed mogelijk en voor zover redelijk lijkt te voldoen (zie de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt, art. 4 en 5; zie ook het advies van 24 februari 2015, “Dringendheid en wachthonorarium”, dat op de website van de Orde werd gepubliceerd). Gepaste farmaceutische zorg verstrekken kan echter ook leiden tot een weigering van de aflevering van het gevraagde product. Tijdens de wacht mag deze eventuele weigering echter niet gemotiveerd zijn door gewetensbezwaren (in dit verband, zie art. 35 van de Code en de commentaar die daarmee gepaard gaat). De weigering om te verstrekken en af te leveren moet altijd worden omkaderd met nuttige en voldoende uitleg. Indien nodig moet de patiënt verwezen worden naar een andere beroepsbeoefenaar tot wie hij zich kan richten.

De plicht tot de permanente aanwezigheid van een apotheker in de officina en de daarmee samenhangende plicht tot sluiting van de officina in geval van uitzonderlijke afwezigheid van een apotheker worden omvat in artikel 5 van het Koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers. Deze plichten zijn ook geldig voor de eventuele bijkomende percelen waarop een activiteit die accessoir is aan de uitbating van de apotheek zou uitgeoefend worden (hierover zie de commentaar onder art. 77 van de Code). Dezelfde bepaling stelt dat de titularis zelf niet te allen tijde aanwezig moet zijn: hij mag zijn taken aan andere apothekers (adjuncten of vervangers) delegeren, zonder dat dit iets afdoet aan zijn verantwoordelijkheid (zie ook het punt F.1 van de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers).

Betreffende de toegankelijkheid tot de officina tijdens de wacht stelt het laatste lid van artikel 6 van het Koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers het volgende: “de apotheker(s)-titularis(sen) die zijn/hun apotheek toegankelijk houd(en)t gedurende een wachtdienst […] moet de apotheek toegankelijk houden gedurende heel deze wachtdienst”. In een arrest van 3 februari 2017 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat deze bepaling alleen van toepassing is op de apotheker die krachtens de wachtrol de wachtdienst dient waar te nemen: alleen deze apotheker moet zijn apotheek gedurende heel deze wachtdienst toegankelijk houden, en niet degene van wie de openingsuren gedeeltelijk met de uren van de wachtdienst samenvallen.

  • In een zaak waarin een patiënt had geklaagd dat het luik van de apotheek van wacht gesloten was en dat niemand op zijn aanbellen had geantwoord, stelde de apotheker die wel degelijk de wacht had uitgevoerd tijdens de betrokken nacht dat hij waarschijnlijk zijn hond aan het uitlaten was voor een kwartier op het moment dat de patiënt aanbelde. De Conseil d’appel heeft het belang van de onmiddellijke beschikbaarheid van de apotheker tijdens de wacht herhaald door te stellen dat ook al mag de apotheker van wacht rusten tijdens de wacht, hij de officina verlicht dient te houden en “in staat moet zijn om op alle dringende door middel van de deurbel aangekondigde verzoeken te antwoorden”.
  • Niet aanwezig zijn in de officina tijdens de wacht maar in zijn privé-woning die niet in de onmiddellijke nabijheid is van de officina, een Gsm-nummer vermelden om tijdens de wacht gecontacteerd te worden met een vermelding dat dit enkel gebruikt mag worden voor dringende gevallen en het doven van alle lichten van het gebouw vormen in het hoofde van de apotheker een deontologische inbreuk die door de Provinciale Raad werd gesanctioneerd. Deze elementen hinderen inderdaad de normale en snelle toegang tot de apotheek van wacht voor de patiënt en kunnen verwarring veroorzaken ten nadele van de continuïteit van de zorg.
  • 26

    Voor meer informatie met betrekking tot het monopolie van de apotheker zie de lijst van producten die behoren tot het monopolie van de apotheker, die op de website van de Orde is gepubliceerd.