Artikel 85

De apotheker zorgt ervoor dat hij zijn beroep kan uitoefenen in optimale hygiënische omstandigheden. Hierbij volgt hij de van toepassing zijnde regels en aanbevelingen.

Zie de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers), punt F.2. Het punt F.1. van dezelfde Gids stelt dat de hygiëneregels in elke apotheek moeten vastgesteld worden, ter kennis van het personeel worden gebracht en in het kwaliteitshandboek worden verzameld.

Overeenkomstig artikel 15 van het Koninklijk besluit van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen, gelden voor de ziekenhuisofficina’s procedures “wat betreft netheid, hygiëne, temperatuur, ontsmetting en verluchting” die worden voorzien door de ziekenhuisapotheker-titularis in overeenstemming met de beginselen en richtsnoeren voor de goede ziekenhuisapotheekpraktijken. Voor de specifieke normen zie het K.B. van 4 maart 1991 houdende vaststelling van de normen waaraan een ziekenhuisapotheek moet voldoen om te worden erkend.

De laboratoria voor klinische biologie dienen te beantwoorden aan de geldende voorschriften betreffende veiligheid en hygiëne van mens en milieu. Hiertoe dient een verantwoordelijke binnen het labo te worden aangewezen conform de erkenningsnormen opgenomen in het K.B. van 3 december 1999 betreffende de erkenning van de laboratoria voor klinische biologie door de Minister tot wiens bevoegdheid de Volksgezondheid behoort, gespecifieerd in de Praktijkrichtlijn klinische biologie en voor de ISO gecertificeerde klinische laboratoria opgenomen in de vereisten voor kwaliteit en competentie ISO 15189:2012: 5.2.