De leden 5 en 6 van artikel 8 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen vereist dat de vergunninghouders voor de uitbating van een apotheek die niet zelf verantwoordelijk ervoor zijn of die rechtspersonen zijn “voldoende autonomie” aan de apotheker(s)-titularis(sen) laten en hem/hen “geen handeling noch beperking opleggen die de naleving van de hem of hen opgelegde wettelijke en deontologische vereisten verhindert”. Over dit onderwerp, zie ook de communicatie van de Nationale Raad van 9 april 2015, “Onafhankelijkheid van de officina-apotheker”, die op de website van de Orde werd gepubliceerd.
Betreffende de arbeidsovereenkomst van de apotheker en de mogelijkheid (niet de verplichting) om deze eventueel aan de Provinciale Raden voor te leggen om hun advies te krijgen met betrekking tot de deontologische aspecten ervan, zie de communicatie van 19 februari 2014, “Checklist arbeidsovereenkomst – Aanbevelingen voor apothekers”, en deze van 21 januari 2019, “Artikel 72 van de deontologische Code: herhaling” (de titel van dit advies gebruikt de oude nummering van de deontologische Code; het artikel 72 is nu artikel 74 van de Code geworden), die op de website van de Ordre werden gepubliceerd.