Artikel 35

Zonder afbreuk te doen aan de rechten van de patiënt, aan de continuïteit van de zorg of aan de uitvoering van het voorschrift, heeft de apotheker het recht om de aflevering te weigeren wegens gewetensbezwaren.
In dit geval verwijst hij de patiënt door naar een apotheek waar het product in kwestie zeker afgeleverd kan worden. Zo niet, voert de apotheker het voorschrift of het verzoek van de patiënt toch uit.
Tijdens de wachtdienst wijkt de gewetensclausule steeds voor het recht van de patiënt op continuïteit van de zorg.

De apotheker is een gezondheidszorgbeoefenaar die een missie van algemeen belang vervult ten behoeve van de ganse maatschappij. Maar hij is ook een persoon die wordt gevormd en geleid door persoonlijke overtuigingen (filosofische, culturele, religieuze…). Het kan gebeuren dat de overtuigingen van de apotheker botsen met of in vraag worden gesteld door bepaalde verzoeken die hij krijgt in het kader van zijn beroepsactiviteit. Alles is dan een kwestie van evenwicht tussen rechten (vrijheid van gedachte en geweten van de apotheker; recht op gezondheidsbescherming en op kwaliteitsvolle dienstverstrekking die beantwoordt aan zijn behoeften als patiënt) en de naleving van bepaalde fundamentele principes (continuïteit van de zorg). De gewetensclausule zal dus altijd wijken in de situaties waarin de continuïteit van de zorg niet op een andere manier optimaal kan gewaarborgd worden voor de patiënt.

Er dient te worden genoteerd dat expliciet wordt voorzien dat de apotheker een stof waarvan hij vermoedt dat zij voor euthanasie bestemd is, mag weigeren af te leveren28. Betreffende de abortieve stoffen hebben noch het Strafwetboek tot 2018, noch de wet van 15 oktober 2018 betreffende de vrijwillige zwangerschapsafbreking een gewetensclausule voor de apotheker voorzien. Er zijn discussies gaande over deze vraag.

Telkens als de apotheker een gewetensbezwaar formuleert om een product niet af te leveren, verwijst hij de patiënt naar een confrater die zijn verzoek zeker zal kunnen voldoen om de continuïteit van de zorg voor de patiënt te verzekeren.

Zie het advies van 10 december 2007, “Gewetensclausule”, dat op de website van de Orde werd gepubliceerd.

  • 28

    Het artikel 14, lid 3 van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie voorziet dat “geen persoon kan worden gedwongen mee te werken aan het toepassen van euthanasie”. Er werd meermaals expliciet gesteld dat deze bepaling de eventuele gewetenclausule bevatte die een apotheker tegen de aflevering van in het kader van euthanasie gebruikte stoffen zou kunnen formuleren (zie bijv. het antwoord op de mondelinge vraag nr. 2-1163, Sen., gew. zitting 2002-2003, Handelingen, nr. 2-252, pg. 30 of het wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie met bepalingen over de rol van de apotheker en het gebruik en de beschikbaarheid van euthanatica, Verslag, Parl.st., Sen., gew. zitting 2004-2005, nr. 3-791/3).