Zonder afbreuk te doen aan de rechten van de patiënt, aan de continuïteit van de zorg of aan de uitvoering van het voorschrift, heeft de apotheker het recht om de aflevering te weigeren wegens gewetensbezwaren.
In dit geval verwijst hij de patiënt door naar een apotheek waar het product in kwestie zeker afgeleverd kan worden. Zo niet, voert de apotheker het voorschrift of het verzoek van de patiënt toch uit.
Tijdens de wachtdienst wijkt de gewetensclausule steeds voor het recht van de patiënt op continuïteit van de zorg.
- 28
Het artikel 14, lid 3 van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie voorziet dat “geen persoon kan worden gedwongen mee te werken aan het toepassen van euthanasie”. Er werd meermaals expliciet gesteld dat deze bepaling de eventuele gewetenclausule bevatte die een apotheker tegen de aflevering van in het kader van euthanasie gebruikte stoffen zou kunnen formuleren (zie bijv. het antwoord op de mondelinge vraag nr. 2-1163, Sen., gew. zitting 2002-2003, Handelingen, nr. 2-252, pg. 30 of het wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie met bepalingen over de rol van de apotheker en het gebruik en de beschikbaarheid van euthanatica, Verslag, Parl.st., Sen., gew. zitting 2004-2005, nr. 3-791/3).