Voor verduidelijkingen betreffende de dialoog met de patiënt op online verkoop-websites, zie de communicatie “Onlineactiviteiten van de apotheek. Deontologische aspecten”.
Met betrekking tot de validatie van de vraag van de patiënt stelt de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers) hierover het volgende (punt F.7.1, II):
De apotheker helpt de patiënt om de juiste beslissing te nemen aangaande het goede gebruik van de producten die hij verstrekt.
NIET-VOORGESCHREVEN GENEESMIDDELEN
Wanneer een product zonder voorschrift wordt gevraagd, vergewist de apotheker zich ervan dat hij voldoende informatie krijgt om het specifieke gezondheidsprobleem van de patiënt te kunnen inschatten.
Elke vraag moet het onderwerp uitmaken van een analyse die leidt tot het verstrekken van een advies, de verstrekking van een product, of de weigering om een product te verstrekken.
De keuze van het geneesmiddel of van een ander gezondheids- en verzorgingsproduct, en het verstrekte advies moeten steunen op wetenschappelijk relevante documentatie of op de professionele ervaring van het volledige apotheekteam waarbij ieder dezelfde criteria hanteert.
De apotheker blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid: telkens wanneer nodig verwijst hij de patiënt door naar een andere zorgverstrekker.
Er dient te worden genoteerd dat het Hof van Justitie van de Europese Unie nationale regelingen heeft gevalideerd waarbij apotheken die online niet-voorschriftplichtige geneesmiddelen verkopen, “verplicht worden om in het onlinebestelproces voor geneesmiddelen een gezondheidsvragenlijst op te nemen” (arrest C-649/18 van 1 oktober 2020).