Hij zorgt voor de continuïteit in de zorgverlening.
De continuïteit van de zorg wordt in de wetgeving gedefinieerd als “de opvolging van de behandelingen van de patiënten door de behandelende gezondheidszorgbeoefenaar of door een andere gezondheidszorgbeoefenaar wanneer de behandelende gezondheidszorgbeoefenaar zijn praktijk onderbreekt” (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 26, 4°). In dit geval moet de patiënt te allen tijden toegang hebben tot de producten – binnen de perken van de beschikbaarheid ervan op de markt –, de diensten en de zorg, die bestemd zijn voor de preventie, het behoud en/of het herstel van zijn gezondheid of zijn welzijn, waar hij nood aan heeft en die worden afgeleverd of verstrekt door de apotheker, in het belang van de volksgezondheid. Dit verklaart de noodzaak van de organisatie van een wachtdienst.
Het principe van de continuïteit van de zorg wordt geconcretiseerd in de verplichtingen die in de artikelen 17 tot 20 van de wet van 22 april 2019 inzake de kwaliteitsvolle praktijkvoering in de gezondheidszorg worden voorzien.
Voor meer uitleg betreffende de plicht van de apotheker tot de continuïteit van de zorg, zie de commentaren onder de artikelen 31 tot 33 van de Code. Zie ook de commentaar betreffende de continuïteit van de zorg in geval van onbeschikbaarheid van een geneesmiddel onder artikel 37 van de Code.