Artikel 39

Bij de aflevering verstrekt de apotheker de nodige farmaceutische zorg en informeert hij de patiënt duidelijk over de werking van het geneesmiddel, de contra-indicaties, de nevenwerkingen, de interacties, de eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen, de dosissen en de gebruiksaanwijzing, zonder evenwel het vertrouwen te ondermijnen dat de patiënt stelt in de zorgverstrekker die het product heeft voorgeschreven of aanbevolen.

De farmaceutische zorg vormt “het grondbeginsel voor de uitoefening van het beroep van apotheker”. Dit model dient als “voorbeeld voor de praktische beoefening van de apotheek”. Het “stelt de patiënt centraal, is resultaatgericht en wordt georganiseerd in overleg met de andere zorgverstrekkers”. Dit model heeft tot doel “de gezondheid te bevorderen en ziektes te voorkomen, alsook medicamenteuze behandelingen op te starten, op te volgen en te evalueren teneinde de doeltreffendheid en de veiligheid ervan te garanderen”. De farmaceutische zorg moet worden beschouwd als een continu proces met twee met elkaar verbonden niveaus waaronder de basis farmaceutische zorg. De basis farmaceutische zorg bevat de systematische informatie van de patiënt en het uitgebreid, duidelijk en gepersonaliseerd advies, alsook de begeleiding tijdens een eerste verstrekking of een hernieuwing. Het ganse proces (1. Onthaal en administratieve controle; 2. Validatie van de vraag; 3. Verstrekking, informatie en advies; 4. Registratie; 5. Medicatiebegeleiding) wordt beschreven in de Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken (gevoegd bij het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers), punt F.7, in het bijzonder punt F.7.1.III.

Het tweede niveau van de farmaceutische zorg is de voortgezette farmaceutische zorg; betreffende dit punt, zie de commentaar onder artikel 40 van de Code.