Artikel 102

Publiciteit voor geneesmiddelen is strikt gereglementeerd en wordt maar toegelaten mits naleving van de bepalingen voorzien in de wet.

Publiciteit voor geneesmiddelen wordt gedefinieerd als volgt: “alle vormen van colportage, marktverkenning of stimulering die bedoeld zijn ter bevordering van het voorschrijven, het afleveren, het verschaffen, de verkoop of het verbruik van geneesmiddelen”43. Dit soort reclame wordt strikt gereglementeerd door artikel 9 van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen en het Koninklijk besluit van 7 april 1995 betreffende de voorlichting en de reclame inzake geneesmiddelen voor menselijk gebruik.

Betreffende de reclame die op het publiek is gericht, wordt enkel toegelaten de publiciteit voor voorschriftvrije geneesmiddelen die op de Belgische markt worden vergund en die geen psychotrope stoffen of verdovende middelen bevatten. Inhoudelijke voorwaarden en voorwaarden die gelinkt zijn met de verspreidingswijze moeten bovendien worden gerespecteerd. De eerste voorwaarden hebben tot doel het irrationele gebruik van geneesmiddelen voor menselijk gebruik te voorkomen (bijv. verbod op een reclame waarin ten onrechte wordt verwezen naar genezenverklaringen), misleidende publiciteit of publiciteit die de eigenschappen van het geneesmiddel voor menselijk gebruik overdrijven, te vermijden (bijv. verbod op een reclame die suggereert dat de werking van het geneesmiddel verzekerd is en niet met bijwerkingen gepaard gaat) en voor voorzichtigheid te zorgen (bijv. verbod op een reclame die uitsluitend of voornamelijk op kinderen is gericht). Ze leggen ook verplichte meldingen op die goed leesbaar of hoorbaar moeten zijn. Wat de verspreidingswijze betreft wordt o.a. het gebruik van borden op de openbare weg, lichtreclames, prijsvragen, mailing, SMS of folders in publicaties verboden.

Elke publiciteit voor een geneesmiddel voor menselijk gebruik moet het voorwerp zijn van een voorafgaandelijke controle. Inzake reclame op de televisie of op de radio moet een visum worden verkregen bij de Minister voor Volksgezondheid. Voor de publiciteit die door andere media wordt verspreid, moet een kennisgeving aan het FAGG gebeuren ten minste dertig dagen vóór de verspreiding. Ter bescherming van het algemeen belang kan de staking van of het verbod op een met de wettelijke en regelgevende bepalingen strijdige reclame worden bevolen, bijv. na een klacht van een persoon die een rechtmatig belang heeft.

Betreffende de publiciteit voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik vult het Koninklijk besluit van 9 juli 1984 betreffende de voorlichting en de reclame inzake geneesmiddelen het artikel 9 van de wet van 25 maart 1964 aan. Gelijkaardige inhoudelijke voorwaarden en voorwaarden inzake verspreiding worden voorzien (bijv. verbod om het succes van het geneesmiddel te waarborgen of verbod om reclame te maken op de radio of de televisie).

Over publiciteit in het algemeen, zie het Wetboek van economisch recht, in het bijzonder art. XII.12-XII.14 en het Boek VI (zie de uitleg in dat verband onder artikel 99 van de Code hierboven).

  • De limieten van het begrip “publiciteit voor geneesmiddelen” zijn niet altijd duidelijk voor de apotheker, die dus voorzichtig moet blijven betreffende deze materie. Beantwoordt bijvoorbeeld aan de definitie van publiciteit voor geneesmiddelen de affichering van prijzen voor geneesmiddelen onder de vorm van een affiche van zeer groot formaat die in de apotheek wordt opgehangen. Deze affiche is zichtbaar van buitenaf en bevat op de ene helft de foto van het geneesmiddel en op de andere helft in zeer grote karakters de prijs die de apotheek toepast voor dit geneesmiddel. Dit soort affiches moet dus genotificeerd worden aan het FAGG en mag niet zichtbaar zijn vanuit de openbare weg.
  • Een belangrijk element in de interpretatie van “publiciteit voor geneesmiddelen” is de bedoeling van de auteur die de informatie verspreidt (bedoeling van promotie). Elke situatie moet geval per geval worden geëvalueerd. Een tijdschriftartikel dat een journalistiek werk voorstelt dat enkele producten van verschillende (ketens van) apotheken vergelijkt en de aantrekkelijke prijs van één of ander geneesmiddel benadrukt zonder de bedoeling de lezers aan te moedigen om deze producten te kopen is geen publiciteit voor geneesmiddelen in de zin van de regelgeving. Hetzelfde geldt ook voor het interview van een apotheker dat verschillende geneesmiddelen die goedkoper zijn in zijn officina dan bij zijn concurrenten in de kijker plaatst gezien de bedoeling is om patiënten aan te moedigen om de officina te bezoeken eerder dan de vermelde producten te consumeren. Het zou dan in dit geval een persoonlijke publiciteit zijn in de zin van de Code van farmaceutische plichtenleer en deze publiciteit moet dus voldoen aan de daarin vastgesteld voorwaarden. Daarentegen is de brochure van een apotheker of de aankondiging op zijn website waarin hij specifiek één of meerdere geneesmiddelen in de kijker plaatst publiciteit voor geneesmiddelen want zijn doel is dan eerder om patiënten aan te moedigen om deze producten te kopen.
  • 43

    De finaliteit van het bericht vormt het bepalende element om een reclamekarakter aan dit bericht toe te kennen.