Artikel 36

De apotheker waakt steeds over de continuïteit en de kwaliteit van de zorg en over de conformiteit ervan met de voorgeschreven behandeling.
Bij enige twijfel over het voorschrift, de aard van de voorgeschreven producten, de farmaceutische vorm, de dosis, de frequentie van toediening, de neveneffecten, de interacties of een verkeerd gebruik, wendt de apotheker zich tot de voorschrijver.
Indien de voorschrijver onbereikbaar is en in geval de aflevering niet kan worden uitgesteld, handelt de apotheker op basis van de beschikbare wetenschappelijke informatie en de geldende standaarden. Hij verwittigt de voorschrijver zo vlug mogelijk.

Op het moment van de aflevering van een voorschriftplichtig geneesmiddel moet de therapeutische vrijheid van de apotheker verzoend worden met die van de voorschrijver. Beide gezondheidszorgbeoefenaars moeten samenwerken in het belang van de patiënt. Er mag geen sprake zijn van een automatische aflevering of verstrekking; de aflevering of verstrekking moet altijd verantwoord zijn (zie, in dit opzicht, de gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 7, al. 1; zie ook het advies van 11 april 2011, “Verantwoorde aflevering”, dat op de website van de Orde werd gepubliceerd). 

Het voorschrift moet altijd zorgvuldig door de apotheker geanalyseerd worden rekening houdend met de situatie van de patiënt waarvoor het voorgeschreven product is bestemd. Hij moet checken of dit voorschrift aan de wettelijke en regelgevende bepalingen voldoet (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 42 en K.B. van 10 augustus 2005 houdende vaststelling van de modaliteiten inzake het voorschrift voor menselijk gebruik). In geval van problemen moet de apotheker de voorschrijver proberen te contacteren maar hij heeft de mogelijkheid om de dosissen aan te passen of de aflevering uit te stellen indien de voorschrijver niet beschikbaar is (hij houdt hem dan zo vlug mogelijk op de hoogte van zijn initiatief). 

Zie het K.B. van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, art. 17 en de daarbij gevoegde Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, punt F.7.1.II; voor ziekenhuisapothekers, zie het K.B. van 30 september 2020 houdende de bereiding en de aflevering van geneesmiddelen en het gebruik en de distributie van medische hulpmiddelen binnen verzorgingsinstellingen, art. 10 en 11 en de daarbij gevoegde Algemene principes en richtsnoeren (bijlage I), punt C, d).