Op het moment van de aflevering van een voorschriftplichtig geneesmiddel moet de therapeutische vrijheid van de apotheker verzoend worden met die van de voorschrijver. Beide gezondheidszorgbeoefenaars moeten samenwerken in het belang van de patiënt. Er mag geen sprake zijn van een automatische aflevering of verstrekking; de aflevering of verstrekking moet altijd verantwoord zijn (zie, in dit opzicht, de gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 7, al. 1; zie ook het advies van 11 april 2011, “Verantwoorde aflevering”, dat op de website van de Orde werd gepubliceerd).
Het voorschrift moet altijd zorgvuldig door de apotheker geanalyseerd worden rekening houdend met de situatie van de patiënt waarvoor het voorgeschreven product is bestemd. Hij moet checken of dit voorschrift aan de wettelijke en regelgevende bepalingen voldoet (gecoörd. wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, art. 42 en K.B. van 10 augustus 2005 houdende vaststelling van de modaliteiten inzake het voorschrift voor menselijk gebruik). In geval van problemen moet de apotheker de voorschrijver proberen te contacteren maar hij heeft de mogelijkheid om de dosissen aan te passen of de aflevering uit te stellen indien de voorschrijver niet beschikbaar is (hij houdt hem dan zo vlug mogelijk op de hoogte van zijn initiatief).