Challenge op sociale media die het innemen van geneesmiddelen aanmoedigt – Herinnering aan bepaalde afleveringsregels
Begin dit jaar circuleerde er een challenge op sociale media die het innemen van een grote hoeveelheid geneesmiddelen zoals paracetamol of ibuprofen aanmoedigde en die diverse gevallen van overdosering bij tieners heeft veroorzaakt.
Het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten (FAGG) heeft toen een communicatie gepubliceerd met als titel “’Paracetamol challenge’: herinnering aan de risico’s van overdosering en richtlijnen voor correct gebruik”.
De Nationale Raad van de Orde der Apothekers wenst op zijn beurt zijn leden te herinneren aan bepaalde nuttige regels met betrekking tot de aflevering van geneesmiddelen, in het bijzonder aan tieners.
Bij elke aflevering “verstrekt de apotheker de nodige farmaceutische zorg en informeert hij de patiënt duidelijk over de werking van het geneesmiddel, de contra-indicaties, de nevenwerkingen, de interacties, de eventueel te nemen voorzorgsmaatregelen, de dosissen de gebruiksaanwijzing” (Code van farmaceutische plichtenleer, art. 39). In geval van vermoedelijke of vastgestelde overconsumptie moet hij de patiënt waarschuwen voor de risico’s en gevaren, verwijzen naar een andere gezondheidszorgbeoefenaar en de nodige initiatieven nemen (Code van farmaceutische plichtenleer, art. 43-44).
De Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, die gevoegd is bij het Koninklijk besluit van 21 januari 2009 houdende onderrichtingen voor de apothekers, stelt bovendien dat de apotheker zich ervan moet vergewissen dat “hij voldoende informatie krijgt om het specifieke gezondheidsprobleem van de patiënt te kunnen inschatten”. De analyse die hij op deze basis doet, kan eventueel leiden tot een weigering van verstrekking (punt F.7.1).
Ten opzichte van een minderjarige patiënt, moet de apotheker zich, vóór iedere aflevering, afvragen of deze “tot een redelijke beoordeling van zijn belangen” in staat kan worden geacht, in overeenstemming met de wet van 22 augustus 2002 betreffende de rechten van de patiënt (art. 12).
Als dit het geval is, mag de minderjarige zijn patiëntenrechten zelfstandig uitoefenen en een geneesmiddel mag aan hem worden afgeleverd. Hij zou ook kunnen handelen als mandataris van een andere patiënt en de afleveringsprincipes die hierboven werden herhaald, zijn volledig op hem van toepassing.
Als de minderjarige daarentegen niet tot een beoordeling van zijn belangen in staat wordt geacht door de apotheker, dan is de aflevering maar mogelijk aan zijn ouders of zijn voogd.