Gedeelde farmaceutische dossiers (GFD) die in sommige apotheken in enkele dagen tot wel 40 keer worden geraadpleegd, apothekers die de gegevens uit het GFD inzien zonder toestemming van de patiënten en in hun afwezigheid, dossiers die in sommige apotheken nog steeds worden doorgenomen ondanks het feit dat de therapeutische relatie met de patiënten is beëindigd… De Nationale Raad van de Orde der Apothekers wordt aangesproken door de Provinciale Raden, die een toename van het aantal klachten op dit gebied vaststellen. Een herhaling van de geldende regels dringt zich op.
De wet patiëntenrechten bepaalt dat de patiënt recht heeft op een door zijn apotheker “zorgvuldig bijgehouden en veilig bewaard patiëntendossier” (art. 9). De Code van farmaceutische plichtenleer bevestigt dit door de apotheker te verplichten het farmaceutisch dossier van de patiënt bij te houden en te actualiseren (art. 40). Dit farmaceutisch dossier wordt met toestemming van de patiënt geopend en bevat ten minste bepaalde administratieve gegevens en de geneesmiddelenhistoriek van de patiënt; niet-voorgeschreven geneesmiddelen en bijkomende persoonlijke gegevens worden, naargelang hun nut en met toestemming van de patiënt, in het dossier opgenomen (Gids voor de goede officinale farmaceutische praktijken, punt 7.1, IV).
Alleen een apotheker die een therapeutische relatie met een patiënt heeft, mag toegang hebben tot de gezondheidsgegevens van die patiënt. “Onder therapeutische relatie wordt verstaan een relatie tussen een patiënt en een [apotheker] in het kader waarvan gezondheidszorg wordt verstrekt” (kwaliteitswet, art. 37).
Bovendien is de toegang tot de gezondheidsgegevens onderworpen aan de volgende voorwaarden (kwaliteitswet, art. 38):
- “de finaliteit van de toegang bestaat uit het verstrekken van gezondheidszorg;
- de toegang is noodzakelijk voor de continuïteit en kwaliteit van het verstrekken van gezondheidszorg;
- de toegang beperkt zich tot de gegevens die dienstig en pertinent zijn in het kader van het verstrekken van gezondheidszorg.”
Een historiek van de toegangen tot het patiëntendossier moet worden bijgehouden opdat de patiënt deze kan controleren (kwaliteitswet, art. 40).
Elke apotheker die in deze historiek is opgenomen, moet dus kunnen aantonen dat hij het GFD heeft geraadpleegd in overeenstemming met de hierboven genoemde regels.