De Nationale Raad van de Orde der Apothekers heeft vernomen dat er soms personen zonder apothekersdiploma en zonder de titel van farmaceutisch-technisch assistent onder dit statuut proberen te werken in de apotheek.
Artikel 58 van de Code van farmaceutische plichtenleer bepaalt dat “de apotheker-titularis er zich van dient te verzekeren dat de adjunct- en plaatsvervangende apothekers voldoen aan de wettelijke vereisten om de artsenijbereidkunde uit te oefenen”. Hij moet zich er ook van verzekeren “dat zijn personeelsleden aan de wettelijke vereisten voldoen en over de nodige beroepsbekwaamheden beschikken voor de uitoefening van hun functie” (artikel 67).
Om de artsenijbereidkunde wettig uit te oefenen, moet elke apotheker het overeenkomstige wettelijke diploma bezitten, een visum van de FOD Volksgezondheid hebben gekregen en op de lijst van de Orde der Apothekers ingeschreven zijn[1]. De artsenijbereidkunde uitoefenen zonder aan één van deze voorwaarden te voldoen, wordt beschouwd als onwettige uitoefening van de artsenijbereidkunde, wat strafbaar is[2].
De functie van farmaceutisch-technisch assistent is ook een bijzondere beroepstitel waarvoor een specifieke erkenning als houder van een paramedisch beroep vereist is[3]. Er mogen maximaal drie farmaceutisch-technisch assistenten werkzaam zijn per in de apotheek aanwezige apotheker[4].
Stagiairs apothekers of stagiairs farmaceutisch-technisch assistenten mogen ook onder toezicht van de stagemeester in het kader van hun stage handelingen stellen die onder de artsenijbereidkunde vallen.
Het kwaliteitshandboek dat in elke apotheek moet worden bijgehouden, kan nuttig zijn om de kwalificaties van de leden van het apotheekteam te documenteren.